Baarmoederhalskanker is kanker in de cellen van het slijmvlies van de baarmoederhals. Deze vorm van kanker komt het meest voor bij vrouwen tussen de 35 en 50 jaar. Elk jaar krijgen in Nederland ongeveer 750 vrouwen baarmoederhalskanker.
De behandeling en de kans op genezing hangen af van het stadium van de kanker. Een voorstadium van baarmoederhalskanker kan vanzelf of via een kleine operatie worden genezen. Gemiddeld geneest ongeveer 70% van alle patiënten met baarmoederhalskanker.
Patiëntenfolders
Meer weten over baarmoederhalskanker
Baarmoederhalskanker is kanker in de cellen van het slijmvlies van de baarmoederhals. Als cellen zich ongeremd blijven delen in de baarmoederhals, kan er baarmoederhalskanker ontstaan. Bij een klein aantal afwijkende cellen spreken we nog van een voorstadium. Groeit het aantal afwijkende cellen snel, dan ontstaat baarmoederhalskanker. Dit proces van voorstadium naar kanker kan soms 10 tot 15 jaar duren.
Bij baarmoederhalskanker speelt het humaan papillomavirus (HPV) een rol. Dit virus komt over via geslachtsgemeenschap. Meer dan driekwart van de vrouwen krijgt hier ooit mee te maken. Meestal merkt u daar niets van, omdat het lichaam het virus vanzelf opruimt. Als dat niet gebeurt, kunnen er afwijkende cellen groeien en ontwikkelt zich een voorstadium van baarmoederhalskanker.
In het beginstadium van baarmoederhalskanker treden er geen klachten op. De cellen in de baarmoederhals veranderen zonder dat u het merkt. Later kunnen klachten optreden, zoals:
bloederige of bruinige afscheiding wanneer u niet menstrueert
bloedverlies tijdens de geslachtsgemeenschap
bloedverlies na de overgang
Hebben deze klachten een andere oorzaak? Dat kan. Toch zijn ze altijd een reden om u te laten nakijken door de huisarts.
Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is een medisch onderzoek om baarmoederhalskanker vroeg op te sporen, voordat er klachten ontstaan. Het onderzoek richt zich op vrouwen tussen de 30 en 60 jaar. Door er vroeg bij te zijn kan baarmoederhalskanker worden voorkomen.
U beslist zelf of u meedoet. De overheid biedt het onderzoek aan omdat de voordelen groter zijn dan de nadelen. Dit is voor iedereen anders. Wilt u de voor- en nadelen afwegen? Bekijk dan 'Voordelen en nadelen, zelf beslissen'.
De behandeling hangt af van het soort kankercellen, het stadium en uw persoonlijke wensen.
Verwijdering van een gedeelte van de baarmoederhals Hoe uitgebreid de operatie is, hangt af van het stadium. De specialist verwijdert naast de tumor ook aangrenzend weefsel, om de kans te vergroten dat alle kankercellen zijn verwijderd. In een vroeg stadium kan via een kleine operatie een stukje van de baarmoederhals worden weggenomen: een conisatie. De baarmoeder blijft dan intact.
Verwijdering van de baarmoeder, eierstokken, eileiders en lymfeklieren Bij een verder gevorderd stadium wordt de hele baarmoeder verwijderd, eventueel samen met de eierstokken, eileiders, het bovenste deel van de schede en een deel van het steunweefsel. Ook de lymfeklieren worden uit het bekken gehaald om eventuele uitzaaiingen te verwijderen. Tijdens de operatie wordt er een snee in de onderbuik gemaakt vanaf het schaambeen tot aan de navel.
Bestraling Bij bestraling worden de kankercellen geheel of gedeeltelijk vernietigd. De beschadigde kankercellen herstellen zich niet of nauwelijks door de straling. Gezonde cellen worden ook bestraald, maar herstellen zich in het algemeen wel. Bestraling kan worden ingezet om te genezen, maar ook als aanvullende behandeling. Meestal vindt er een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling plaats van de baarmoeder, eileiders, eierstokken, het bovenste deel van de vagina en de lymfeklieren in het bekken.
Chemotherapie Chemotherapie is vaak een aanvullende behandeling bij bestraling of operatie. Chemotherapie remt de deling van de kankercellen. Het kan via een infuus, een injectie of tabletten worden toegediend. De arts bespreekt met u wat het beste voor u is. Chemotherapie kan ook klachten verminderen bij een vergevorderd stadium van baarmoederhalskanker.
Hormoontabletten Hormoontabletten zijn vaak een ondersteunende behandeling om bloedverlies te verminderen of te stoppen.
Warmtebehandeling Tijdens een warmtebehandeling wordt de kanker verwarmd om de kankercellen te vernietigen of gevoeliger te maken voor een andere behandeling. Deze methode wordt toegepast in combinatie met andere therapieën.
De behandeling van baarmoederhalskanker is vaak een lang traject dat veel energie vraagt. Mogelijke gevolgen zijn:
Na de operatie
Complicaties bij de operatie: na een lymfeklierverwijdering in het bekken bestaat er een kleine kans op beschadiging aan de urineleiders.
Vruchtbaarheid: als de baarmoeder is verwijderd, is een zwangerschap niet meer mogelijk.
Ongewenst urineverlies: na de operatie kan het moeilijker zijn om urine op te houden, doordat zenuwen bij de blaas beschadigd zijn.
Lymfoedeem: na de operatie kan er vocht ophopen in de benen.
Seksuologische gevolgen: na een baarmoederverwijdering kan geslachtsgemeenschap anders aanvoelen omdat de vagina iets korter is. Als de eierstokken zijn verwijderd, kan de zin in vrijen afnemen door een tekort aan geslachtshormonen.
Na de bestraling
Vermoeidheid: een gevoel van vermoeidheid of slapte kan maanden tot jaren na de behandeling aanhouden door beschadiging van gezonde cellen.
Buikpijn: frequente aandrang tot ontlasting, buikkrampen en diarree zijn mogelijke gevolgen, doordat gezonde cellen zijn beschadigd.
Overgang: als ook de eierstokken zijn bestraald, stopt de aanmaak van bepaalde hormonen. Daardoor kan de overgang sneller op gang komen.
Na de chemotherapie
Bijwerkingen: door aantasting van gezonde cellen kunnen haaruitval, misselijkheid, braken en darmstoornissen optreden.
Vermoeidheid: vermoeidheid houdt na chemotherapie vaak lang aan.
Overgang: sommige chemokuren kunnen de overgang vervroegen.
Als de gynaecoloog denkt dat er sprake is van baarmoederhalskanker, dan krijgt u een uitstrijkje. Zo wordt beoordeeld of er afwijkingen zijn. Daarna controleert de gynaecoloog het overgangsgebied van de baarmoedermond naar de baarmoederhals. Ook neemt de gynaecoloog mogelijk een stukje weefsel weg om te onderzoeken.
Als baarmoederhalskanker is vastgesteld, wordt gekeken in welk stadium de kanker zich bevindt. Dat hangt af van de grootte van de kanker, de groei in het omringende weefsel en of er uitzaaiingen aanwezig zijn. Dit gebeurt via de volgende onderzoeken:
Inwendig onderzoek (eventueel onder narcose). De gynaecoloog voelt in welk stadium de baarmoederhalskanker zich bevindt en of deze is uitgebreid naar de baarmoeder, de eierstokken of de eileiders. Er kan ook aanvullend onderzoek worden gedaan naar doorgroei in de blaas of het laatste deel van de dikke darm. Verder onderzoek hangt af van het stadium.
Bloedonderzoek: Er wordt bloedonderzoek gedaan om uw algemene gezondheid te beoordelen. Daarbij worden het ijzergehalte (Hb) en de werking van de nier en de lever gemeten. Ook kunnen waarden worden bepaald die verband houden met baarmoederhalskanker.
Aanvullend radiologisch onderzoek: Via röntgenonderzoek, echografie van de nieren en een CT-scan of MRI-scan wordt gekeken of de kanker zich naar andere delen van het lichaam heeft verspreid.
Als jongvolwassene met kanker kunt u vragen hebben die specifiek zijn voor uw leven en situatie. Denk aan vragen over opleiding, werk, voeding, sport, relaties, vruchtbaarheid en seksualiteit. Máxima MC biedt AYA-zorg aan voor vragen die direct of indirect met uw ziekte en behandeling te maken hebben.