Darmkanker
Kanker kan op meerdere plekken in de darm ontstaan. Ongeveer 75% ontstaat in de laatste delen van de dikke darm. Daarvan ontstaat een derde in het allerlaatste deel: dat is dan endeldarmkanker. Dunne darmkanker komt vrijwel nooit voor.
Patiëntenfolders
Meer weten over darmkanker
Darmkanker ontstaat uit poliepen. Vooral bij mensen ouder dan 50 jaar komen poliepen in de dikke darm vaak voor. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven dat ook. Een klein aantal verandert in een kwaadaardig gezwel. Het is onbekend waarom sommige poliepen uitgroeien tot een tumor en andere niet.
De kans op darmkanker neemt toe als iemand ouder wordt. Meerdere factoren spelen een rol bij het ontstaan ervan. Een gezonde leefstijl en voeding kunnen het risico verkleinen. Mensen met een chronische darmontsteking hebben een licht verhoogde kans op darmkanker. Ook na een eerdere darmkanker is er een groter risico om de ziekte opnieuw te krijgen. In ongeveer 5% van de gevallen is er sprake van een erfelijke vorm van darmkanker.
Klachten hangen af van de plaats van de tumor in de darm. De meest voorkomende klachten zijn:
Bloed of slijm bij de ontlasting
Een veranderde stoelgang
Buikpijn
Verliezen van gewicht
Deze klachten hoeven niet altijd door darmkanker te komen. Ze kunnen ook een andere oorzaak hebben. Toch is het belangrijk dat u niet met klachten blijft doorlopen. Hoe eerder darmkanker wordt ontdekt, hoe beter de behandeling kan zijn. Daarom is ook het bevolkingsonderzoek darmkanker. Dit onderzoek helpt om darmkanker vroeg op te sporen.
Ja, bij darmkanker kunnen uitzaaiingen ontstaan. De tumor in de darm kan steeds groter worden en door de darmwand heen groeien. Soms raken cellen los van de tumor. Deze cellen kunnen via het bloed of de lymfe door het lichaam gaan. Op andere plekken kunnen ze verder groeien tot nieuwe tumoren, bijvoorbeeld in de lever, de longen of de botten.
Losgeraakte cellen kunnen ook in de buikholte terechtkomen. Ze zetten zich vast op het buikvlies. Er ontstaat dan vocht in de buik, waardoor deze opgezet en pijnlijk kan worden.
Om de diagnose te stellen wordt er meestal een kijkonderzoek van de dikke darm gedaan. Als daarbij darmkanker wordt gevonden, kunnen er extra onderzoeken volgen. Bijvoorbeeld een CT-scan, echografie of longfoto. Deze onderzoeken geven meer inzicht in hoe groot de kanker is en op deze zich heeft uitgebreid.
Een operatie heeft grote invloed op de conditie van een patiënt. Prehabilitatie is een brede aanpak om patiënten na een operatie sneller op de been te krijgen, door hen al vóór de operatie fitter te maken. Voor de operatie krijgt de patiënt intensieve training, gecombineerd met optimale voeding, mentale ondersteuning en, als het nodig is, begeleiding bij stoppen met roken.
Zorgprofessionals uit 10 verschillende disciplines werken hierbij intensief samen. Deze integrale aanpak is tot op heden uniek in Máxima MC (MMC). In de korte periode van maximaal 5 weken tussen diagnose en operatie kunt u de tijd nuttig gebruiken om te trainen. Een goede conditie heeft geen effect op de genezingskans, maar verkleint de kans op complicaties en bijwerkingen, en versnelt het herstel.
Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij darmkanker, afhankelijk van het stadium en uw lichamelijke conditie.
Tumor in de dikke darm
Vrijwel altijd is de eerste stap een operatie waarbij de chirurg de tumor en het omliggende weefsel verwijdert. Daarna volgt, afhankelijk van het stadium, verdere behandeling. De meest gebruikte behandelingen zijn een operatie en chemotherapie, eventueel in combinatie met doelgerichte therapie.Tumor in de endeldarm
De behandeling van endeldarmkanker bestaat vaak uit een kijkoperatie. Het doel is het verwijderen van de tumor en de lymfeklieren in de buurt van de tumor. In MMC wordt deze operatie tegenwoordig vaak via de anus gedaan (een TaTME-operatie). Daardoor kan de endeldarm blijven zitten en is een stoma vaak niet nodig. Soms vindt voor de operatie eerst bestraling plaats, eventueel aangevuld met chemotherapie.